Nav mijn city trip Parijs
“Je kan toch ook in Parijs gaan wonen”, zei ze doodleuk “En dan kom je ons soms eens bezoeken”
“Hé, ik heb een haartje van mijn been uitgetrokken, mag ik nu ook en wens doen?”
“Ja”
*teleurgesteld * “Maar mijn wensen komen eigenlijk nooit uit”
“Maar wat wens jij dan?”
“Dat mijn pony’s levend worden”
Mama, jij hebt niet echt ogen op je rug hé
Ik : jawel
Liv: niet waar, want dan ben jij een wezen
Hé jongens, hé mama, papa, Vic … Ik moet iets heel belangrijk vertellen, ik heb een prof gelaten en die maakte een heel grappig geluid. (Tegenwoordig zitten we in protten en boeren fase)
*laat een boer* Pardon, pardon dat ik niet harder kon
Weet je, ik heb op t wc 2 protten en één boer gelaten en ik heb geen pardon gezegd
- *bezorgd* “Ik weet nog niet met wie ik later ga trouwen” (heeft ze al meerdere malen geopperd, moet echt op haar maag liggen”
- Tante Sas: “Liv, je moet niet zagen, ik heb neen gezegd, zagen helpt niet”
Liv: “Bij mama wel” - Liv: “Mama, hoeveel wedstrijden heb jij al gelopen?”
Ik tel op mijn lijstje: 52!!!
Liv: “Dan moet je nu toch wel eens kunnen winnen hé” - Neen Vic, die soep is niet vies, die ziet er alleen maar vies uit
- Liv: “Mama, waar zijn we als we dood zijn?”
Ik: “Niemand weet dat, sommigen geloven dat je een sterretje aan de hemel bent, sommige geloven dat je bij God bent, … geloof maar wat je het leukste vindt”
Vic: “ik vind niks leuk, ik wil niet dood”
Ik (voel me al lichtelijk schuldig): “Maar jongen toch, dat is niet voor ons, wij zijn toch nog niet oud.”
Liv: “En kindjes gaan niet dood … alleen maar af-en-toe” - Ik zeg tegen Liv “ik ga tegen de Sint zeggen dat je niet flink eet hoor!”, waarop Liv “Dan zeg ik dat je liegt”. Ik “De Sint weet wel alles hoor”. Liv “NIEMAND weet alles”
- Als Liv klaagt dat Vic een groter stuk taart heeft en dat dat niet eerlijk is, of dat ze de roze beker wilt en dat het niet eerlijk is dat ze die niet krijgt, antwoord ik soms “Ja Liv, het leven is niet eerlijk”
Liv (out-of-the-bleu aan tafel bij ‘t familiefeest) *plechtig* : “Mijn mama zegt ‘altijd’ dat het leven niet eerlijk is” - Hé, hier is ook een ‘tWC’
- Als ons hoofd eraf valt, zijn we dan dood?
- Als wij dood zijn, kunnen wij dan nog dromen?
- *We hadden weer Liv haar favoriete gesprek nl. Wat was er vroeger*
Ik: “Vroeger fietsten wij zonder helm, wij hadden geen helm!”
Waarop Liv *zeer gechockeerd* :”Maar mama, da’s wel KEI GEVAARLIJK hé !!! “ - We passeren een marokaanse familie waarop Liv “Hé kijk, die spreken een andere taal, ik denk dat die hier op vakantie zijn”
- “Hé jongens, ik heb een goed idee” (een zin die Liv zo typeert)
- Ineens, op vakantie, out of the blue “Spak is onze allerbeste vriend hé”
- Ik moet voor ‘t werk naar Nederland en ik immiteer wat Nederlands en ik zeg tegen Liv dat die grappig praten, waarop Liv “Mama, die vinden ook wel dat jij grappig praat hoor!”
- Vic zit in zijn kaka-fase en telkens als hij kaka zegt, zegt Liv tegen hem :”Vic, je zit weer in je kaka-fase”
- *Bjeurn wijst naar een standbeeld en zegt “kijk Liv, dat waren de eerste mensen die de mont blanc beklommen hebben” Liv *serieus onder den indruk* :”En zijn die toen in een standbeeld veranderd?”
- Mamaaaa, toen wij op reis waren, miste jij je baas toen?
- “Mamaaaaa, als er vroeger alleen dinosaurussen waren, hoe zijn wij er dan gekomen?” … héhé, ik vroeg me af waaraan dat ik dat verdiend had … wat een vragen voor een kind dat amper in de derde kleuterklas zit. Moest ik ‘s morgens al beginnen vertellen over de evolutietheorie.
- “Hé, diene mag dat toch niet doen!!!” *superluid in de super als we worden voorgestoken in de lange wachtrij* (stiekem moest ik hier toch wel héél hard mee lachen)
- Hé jongen, jij hebt lang haar en een oorbel (tegen een wildvreemde)
- Als ik later groot ben, krijg ik ‘claes’ als achternaam hé
- Hé kijk … een vechtuil (valk)
- “Mamaaaa, waarop eet jij dat tomaatje niet op? ”
Ik: “daar staat schimmel op”
Liv: “Oke, dan krijg jij geen dessertje” - “Als ik een grote mens ben en mijn kindje is al drie, dan doe ik wel choco op haar boterhammen”
(Liv was boos omdat ze geen choco meekreeg naar ‘t school, zoals Jef en Marie-lou) - “Mamaaa, een zon is wel niet ovaal hé”
Liv heeft commentaar op mijn tekentalent (en ze kent ook haar vormen goed) - Liv tegen mijn vriendin die 12 weken zwanger is
“Amai, dat is al een grote baby, want jij hebt al een hele dikke buik” - Ik duffel Liv goed in, in haar donsdeken en zeg :”mijn papa deed dat ook altijd, mij goed induffelen”
Liv: “uw papa, da’s mijn opa Luc hé … mis je opa Luc nu, mama?”
Ik: “ja”
Liv: “ik mis mijn opa Luc ook”
doeme toch, wat heb ik een attente dochter … en doeme toch, ik hoop dat opa Luc dit weet - Papaaa, wij zijn de tuinvrouwen hé (als ze met papa in de tuin werkt)
- Liv: “mamaa, weet jouw baas dat je 2 kindjes hebt?” (liv heeft een bazenfascinatie)
- Liv zegt dat ze iets niet mag van haar juf.
Ik: “ik mag dat ook niet van mijn juf”
Liv: “jij hebt geen juf”
Ik: “jawel, mijn naailesjuf … Chris”
Liv *¨roloog en duidelijk geërgerd: “mamaaa, Kris is uw baas” (en idd, mijn baas heet Kris) - Mijn papa weet alles en mijn mama weet bijna alles (en ik weet ook alles) (feb 2012)
- Liv ‘leest’ een verhaal voor
… je bent gewoon een dode hond (ipv, je bent een doodgewone hond) (feb 2012) - *met een stok in haar hand*
hokus pokus pas, ik wou dat mama dood was !!!
en als ik dan gechockeerd reageer … mama, dat is toch geen echte toverstok (feb 2012) - Liv en Vic geven de geitjes en de lama eten
ik: “ik denk dat de geitjes jullie lief vinden”
Liv *roloog* : “Mama, die hebben gewoon honger”
(waarop ze even later weggaat: “dag geitjes, nu moeten jullie zelf eten zoeken”) (feb 2012) - Liv in de file *verveeld*
“mamaaa, je rijdt achteruit”
2min later
“mamaaa, ik wil zooo graag met u snel rijden” (feb 2012) - Zeg mama, ik moet toch niet elke dag ZELF mijn schoenen aandoen (12 feb 2012)
- Heeft Anneke vandaag ook een baby in haar buik?
- Mamaaaa, bestaan chineesjes nog?
(waarschijnlijk omdat ik haar overlaatst heb gezegd dat ridders niet meer bestaan) - Mama, ga je een baby maken, en die moet ‘Belle’ heten
- Liv: Mamaaa, bestaan reuzen echt?
Mama: Neen, enkel in sprookjes
Liv: Mamaaaa, bestaan prinsessen ook niet?
Mama: Ja, die bestaan wel
Liv: En prinsen? - “Mama, ik zal dat wel doen hoor, je moet het gewoon lief vragen”
(nadat ik haar voor de zoveelste keer aanmaan om iets te doen) - Als ik haar zwarte pinnenmuts aangaf:
“oh jeuj, mijn pinnemuts, nu gaat iedereen misschien denken dat ik een kabouter ben’
‘ik vind dat tof als de kindjes denken dat ik een kabouter ben!!!!!’ (jan 2012) - Dat ding dat je met je handen moet doen, met alleen een rondje op (IPad) (jan 2012)
- Dit is een quote van héél lang geleden, toen Vic nog een babietje was … Vic frazelt wat in zijn maxi-cosi “babi, kaki, papi, dadi”, waarop Liv: “Vic, papie is dood en hij komt NOOIT MEER TERUG”
(even slikken, ik moet misschien toch wat minder cru zijn tegen de kindjes) - Toen ik tegen de kindjes zei “papa is aan ‘t werken in ‘t huisje, papa is een harde werker hé !!!” zei Liv ineens: “Mama, jij bent ook een harde werker hoor” …. mijn hartje kan toch zo diplomatisch zijn.
- Opa Luc slaapt in een potje hé
Hoe kan je slapen op een potje? Je kan niet slapen op eehn potje hé mama (ik vraag me wel af, wie haar dat geleerd heeft, van mij zal ‘t niet komen, ik ben nogal ‘no nonsense’ op dat gebied.
- “ja, mamabaas” (zegt ze nadat ik haar commandeer)
“jij bent mijn baas, en ik ben de baas van Vic hé!!!” (ik had al willen merken dat Liv vindt dat ze Vic zijn baas is, diene jongen wordt nogal gecommandeerd en terecht gewezen door zijn zuster) - Liv in het bos *luidkeels*: “eekhoorntjes, ik heb eikels voor julieeeeeeeeeeeee !!!”
Papa vraagt nadien of ze eekhoorntjes gezien heeft waarop Liv *teleurgesteld, onbegrijpend en wat verontwaardigd* : “Neen, ik heeft héél hard geroepen, maar ze hebben me niet gehoord” - Ik vertel Liv dat kabouters niet bestaan
Liv: Bestaan paddenstoelen dan ook niet? - Liv: “wahaa, die eet spagetti met kaka!!!” Vic: “eik, vies”
Wahaaaa, Vic zijn achternaam is kaka!!!” Vic: “eik, vies”
Liv is in haar kaka-fase beland en Vic vindt alles vies
- Ik spreek Liv aan met schattenbol.
Liv: “ik ben niet schattenbol, ik ben ‘pop’” (pop / poppemie is inderdaad de koosnaam die ik haar het meeste geef, en blijkbaar is ze er nogal aan gehecht, want vroeger was ‘t altijd …. ik ben niet schat/mieke/mademoiselle/meisje, ik ben Liv, gewoon Liv) - Liv praat héél de tijd over haar broer. Ik vraag :”is Vic ook mijn broer?”
Liv (doodserieus): “Neen, papa is uw broer” - Liv: ” mamaaa, waarom is die dik?”
Ik: “Sommige mensen zijn dik en sommige mensen zijn dus”
Liv: “wij zijn de dunne hé mama”
- *koeka is zich aan het sminken*
Liv: “Oh koeka, dat is zo mooi, wil jij mij ook sminken?”Koeka: “ja, ik zal je straks ook sminken”Liv: “Als een tijger hé”
- “‘t is hier rustig wonen hé” (wat ne volwassenenklap komt er uit mijn dochter)
- Liv tegen de mamie van ome Tom.
Liv: “Drink jij geen koffie”
Mamie: ” ik mag geen koffie meer drinken”
Liv: “Jij lust geen koffie?”
Mamie: “ik lust dat wel, maar ik mag dat niet meer drinken”
Liv: “Jij drinkt thuis wel koffie hé”
Mamie: “Neen, ik drink ook thuis geen koffie”
Liv*denkt na* : “Oude mensen drinken geen koffie hé” - Ik tegen de poes: “Poes, ‘t is binnen of buiten hé, ge moet kiezen”
Liv (draait met haar ogen): “Mamaa, poezen kunnen wel niet praten hé” - Waar is het laat? Ik zie geen laat (maw, het is nog niet donker)
- Ik: “ik kan er niet opkomen, het ligt op het puntje van mijn tong”
Liv (neemt haar tong vast): “ook op het puntje van mijn tond?” - Als het mooi weer is, dan komt de zomer (in ‘t midden van de zomer … als het regende) (alsook … op vakantie komt de zomer hé)
- Waar was ik toen, was ik toen groot? (als we vertellen over toen ze nog niet geboren was)
- Was ik vroeger een jongen? (alsook … was ik vroeger jouw mama)
- Liv en ik op de fiets in de gietende regen. Liv aan ‘t jammeren (en terecht, ‘t was koud, nat, ‘ kind haar stoeltje was nat en ze had een rokske aan)
Ik: “maar schat, wat heb ik u toch aangedaan!”
Liv: “neen, papa heeft mijn kleedjes aangedaan” - Mamaaaa, mijn botjes worden te groot hé … ik weet dat
- “Mamaaa, wie is jouw baas?” En heeft hij een kindje?”
Ik “Kris” “En ja, hij heeft een zoon”.
Liv (geïrriteerd): “Neen, een groot meisje”
Ik: “neen, dat is mijn vroegere baas van mijn oud werk”
Liv (pruilend): “mama, ga is terug naar uw gewoon werk” - Waarom heeft de school geen achternaam
- Boeriiiiiiiin, ik kan zonder wieltjes fietsen *trots*
- Tegen iedereen die ze tegenkomt …. wat is jouw naam? En wat is jouw achternaam?
- Livlogica
Mama, jij stinkt naar bloemen
Mijn armen zijn moe van te fietsen - Ooooooh mamaaaa. Ik vind jou zo lief *smelt*
- Tegen mij: “papaaaa, papaaaaa” *gemeen* jij bent een papa, jij hebt kort haar.
- Liv: mamaaaa, maaaaamaaaa
Ik:ja Liv
Liv: laat mij gerust (en zo wel 10 keer, ze heeft weer iets nieuws geleerd. - Liv: “Mama, wie is JOUW man”
Ik: Papa
Liv (héél verbaasd): ‘MIJN’ papa??? - Oké (Liv haar stopwoord)
- Ik “Was het leuk op de vakantieschool” (buitenschoolse opvang)
Liv: Ja, ik ben braaf geweest en ik heb geen kindjes pijn gedaan. En ik heb 1 chocomelk en 2 fristies gedronken
(dat maakt een dag natuurlijk goed) - Liv krijgt een snoepje bij de bakker.
Bjeurn: “Wat zeg je nu?”
Liv “Dank u”
Bjeurn “Dank u wie?”
Liv “Dank u tante Joelle”
*de bakkeres heet Joelle, maar is zeker geen familie
- IK: ‘Cas is een mooie naam hé’. Liv ‘wel een moeilijke naam hé, Kast’
- Een zonnebril is voor Liv een ‘zomerbril’ (klinkt alvast leuk)
- Liv en ik waren met ons tweetjes op restaurant en Liv ging (op mijn aanmoediging) de rekening vragen, ze stak flink haar hand op en vroeg de rekening (wat ook lukte) … en zegt dan tegen mij “Mama, de tekening komt”
- Een voorstukje van ‘help mijn man is een klusser’ speelt op ‘t tv. Liv “kijk die hun huisje is OOK stuk”
- Liv kruipt ‘s morgens tussen Bjeurn en mij in en knuffelt mij eens stevig om vervolgens tegen Bjeurn te zeggen “papa, ga eens in mijn bed slapen”
- “Mama, ik ben wel Liv hé, ik ben niet Vic … jij zegt ALTIJD Vic tegen mij” (als ik per ongeluk eens Vic tegen haar zei)
- “Maar mamaatje toch” (ineens zo out-of-the-blue … zeer schattig al vond ik zelf)
- “Mamaaa, Julius is eigenlijk mijn broer hè” (Julius is onze poes)
- “Ik ben de tweedegrootste van de klas”
“Ah en wie is de grootste?”
“Juf Katrien” - “Ik wil een meisjebroertje”, nadat we het kersverse broertje van Nand gaan bezoeken waren. (maar na nadere ondervraging bleek dat ze nog liever een hondje of een koekje wou … tot grote opluchting van de papa)
- “En wat moet ik jou geven?”, vroeg de Sint. “een kadootje” antwoordde Liv zelfzeker. “Dat moet wel lukken” aldus de Sint
- “Ah dag Sint, ga jij ook naar de winkel?” zei Liv tegen de Sint toen deze zijn entree maakte in de carrefour
- Wij zijn de koekjes, wij zijn de choco’s, wij zijn de sokjes …. Liv vormt graag groepjes (waarbij ze altijd iemand uitsluit “en gij nie hè)
- mama, wij zijn de meisjes hé. Zegt ze elke dag weer, waarop ze alle meisjes opnoemt die ze kent
- “Waar is Joelle nu? (wel 5 keer)” in een bakker in Mechelen (Joëlle is onze vast bakker in ‘t dorp)
- “Jeuj, wij zijn gewonnen” (juichte ik toen de rose waren gewonnen op ‘t tv, maar wij waren feitelijk de gele).
“Nee mama, wij zijn de gele … jij bent wel een beetje stom hè” - “Wat wil jij van de Sint” vraagt sinterklaas aan Liv. “Een kadotje” antwoordt ze. “Dat komt in orde” aldus de goedheilig man
- Niet meedoen (als ik mee mijn tanden bloot maak terwijl ik haar tanden poets)
- Mamaaaa, Vic is mijn lief hé
- Ik bent lief hé (als ze mij een snoepje geeft)
- “Op stap, protjes laten en pintjes drinken” (op de vraag, waar is papa)
- Mama, papa is een mens hé
- “Meetje, uw zonnebril past bij koeka haar auto (bordeau bril -geen zonnebril- bij paarse auto … hmmm)
- Tiktik … Liv klopt op haar tante haar schouder “‘Uw papa komt straks ook” (waarmee ze de man van tante Annick, alias haar peter bedoelde)
- ‘Liv stopt daarmee’ zeg ik geërgerd als ze weer eens de kraan opendraait. Waarop Liv ‘Ik bent grappig hé’
- “Dag koeka, mama eef soep gemaak” (hoor ik haar zeggen in ‘t bakske van den tv)
- “Papa is op kamp”, zeg ik in de auto. “Nee waar, op vakantie”
“Papa is in de tent”, zeg ik wat later. “Nee, op kamp” - Waar is uw auto, meter? (Liv ziet dat de oprit leeg is). ‘onze kleine auto, waar papa mee rijdt, dat is eigenlijk de auto van meter’, vertel ik haar
“Mag niet hè, afpakken” zegt Liv verontwaardigd - Ik komT, ik zieT … Liv doet alles met een T vanachter:-)
- SOMMY: “Noor, ben jij verliefd?”
NOOR: “Ja op Robine en Sem”
SOMMY: “En ben jij verliefd Liv”
LIV “Op Tuur” (ik schrok me een ongeluk toen er dat zo spontaan uitkwam. Liv heeft Tuur immers nog niet zo super veel gezien en ik had op zo’n ingewikkelde vraag ook nooit een logisch antwoord verwacht” - IK: “Kijk Liv, Liesbet haar buik is héél dik, want daar zit een baby is”
IEMAND: “Zit er in jouw buik ook een baby?”
LIV: “Nee, koekjes” - Mama, gaat het? (als ik aan ‘t vloeken ben op de auto)
Sorry (als ze met haar koets tegen mijn benen rijdt)
Eet maar, mama
Liv krijgt aandacht voor haar omgeving en vertoont mamagedrag - “Traag, traag, traag” zeg ik (als de digicorder weer eens hapert). “Ja, kraak kraak kraak, herhaalt Liv zeer serieus”
- Mama, nie zinge (als ik met een hoog stemmeke, ere zij God zing)
- Liv: Liv ook lopen (bij de start van de kinderloop).
Ik: dat gaat nu niet, maar we zullen samen naar de start lopen.
Liv: mama, pakken
- Papa, poehoes, mama, charloooot of Vicje … waar ben jij (een zinneke dat ze geweldig graag zegt)
- Mamahaaaa, papaaaahaaa, neeheee, jahaaa … (denk een verveelde intonatie hierbij)
- Papa, stopt daarmee (als Bjeurn luidkeels aan ‘t zingen was)
- Tikie snottebelle hange (was lange tijd Liv’s langste zin)
- TanteLies (tegen mij als ze teveel tijd met de neefjes en nichtjes heeft doorgebracht)
- Huuuunie, bjeujen (op Bjeurn nadat ik hem Honey of Bjeurn genoemd heb)
- Koeka (tegen die moeke, die ondertussen haar erbij neergelegd heeft dat ze ‘koeka’ zal blijven)



























[...] Kinderpraat [...]